Safari-Joggen doe je op je blote voeten – Jan Fokke Oosterhof

08 feb Safari-Joggen doe je op je blote voeten – Jan Fokke Oosterhof

De eerste keer las ik erover in Salt Magazine, magazine voor de bewuste buitensporter: safari-joggen. Joggen over de Veluwe in de vroege ochtend of late avond en gegarandeerd wild zien. Nu ben ik een avonturier dus dit moest ik natuurlijk een keer zelf ondervinden. Ik scheurde het item uit en het kwam op de TODO-stapel.

5 februari is het dan eindelijk zo ver. Na een (iets te)inspirerende inspiratieborrel voor ondernemers op de vrijdagavond, staan we nu om half zeven als zombies naast ons bed. Ik heb mede-ondernemer Niels overgehaald om mee te gaan (die is gek!). Zaten we vier uur geleden nog aan de shoarma, nu staan we een camouflage-hardloopuitrusting uit te zoeken en we overwegen onze koppen zwart te maken.

Hoe kleed je je als je achter de hertjes aan gaat rennen en ieder moment oog in oog met Bambi kan komen te staan? We kunnen alleen maar ‘zwart’ denken, zoals we al zwart keken. Beide hijsen we ons in zwarte tights en dito loopshirts. Dan draag ik nog zwarte loopsokken, muts en schoenen. Alleen mijn zolen zijn fluorescerend oranje waarop een van mijn gidsen opmerkt dat ik de hele ochtend maar naast de paden door het halfhoge gras moet gaan rennen.

Rob en Gert-Jan. We zullen beide mannen treffen op de carpoolplek voor hotel Postiljon aan de noordkant van Arnhem. Tijdens de rit er naartoe fantaseren we over beide oprichters van het safari-joggen. Het zijn vast van die overfanatieke vissers die in volledige legeroutfit, legerkisten, met verrekijkers en een mobiele camouflagetent achter de herten aan zitten. Niets van dit alles gelukkig. Ook zij blijken creatief in zwart uitgedost en aldus zou safari-joggen ook rustig kunnen worden omgedoopt in ‘hollen met the men in black’.

Vooraleer we kennis kunnen maken met beide mannen, moeten Niels en ik ons echter een weg banen door eenrichtingstad Arnhem. Daar waar de dominante richting van Noord naar Zuid loopt, moeten wij van Zuid naar Noord. We rijden voor het station langs en rechtsachter me zie ik een tunneltje onder het spoor door dat we moeten hebben. Honderd meter scheidt ons van de doorgang naar de Apeldoornse weg die ons naar onze bestemming leidt.

Ik maan Niels rechtsaf te gaan richting station. Daar kunnen we vast draaien en dan op de terugweg linksaf slaan richting dat tunneltje. Niets van dit alles. Via een prachtige omleiding rijden we om het station heen, over de taxistandplaats, tot we op dezelfde plek uitkomen, waar we enkel rechtsaf kunnen, weg van ons verrekte tunneltje. We rijden dus – pal zuid – terug naar de rivier, waar we onder de weg door steken, terug richting station. We volgen de weg en zien voor ons het tunneltje weer opdoemen. Dit gaat goed.

De weg draait naar links, verder naar links, nog verder naar links… tot we weer richting station rijden. Het is niet te geloven; we zitten in een loop en mogen het tunneltje niet in. Niels scheldt op dit vroege uur half Arnhem wakker terwijl we weer naar de rivier rijden. ‘Welke vervloekte dronken teringambtenaar heeft dit met zijn zatte kop verzonnen!’, brult hij ziedend. Met een noodgang scheurt hij het hele rondje opnieuw en vlak voordat we wederom terugdraaien naar het station, draait hij haaks rechts tegen alle borden in, haaks links het tunneltje in en geeft plankgas. De politieauto verderop laat ons begaan; het tekent de volstrekt achterlijke verkeersituatie. Een kwartier verder om 100 meter te overbruggen. Ik stel Niels voor dezelfde rit eens te maken met de burgervader van Arnhem. Gelukkig gaan we zo de natuur in om weer rustig te worden.

Gert-jan en Rob blijken twee aimabele kerels. Fanatieke hardlopers die de massaliteit van de evenementen de rug hebben toegekeerd en nu gaan voor de beleving va de natuur in kleine groepjes. Deze safari-loopjes heel vroeg in de ochtend, of juist laat in de avond, laten zich ook uitstekend combineren met de kleine kinderen thuis en dat is voor hen misschien nog wel het belangrijkste onderliggende argument.

We starten ons loopje net ten noorden van vliegveld Terleth in het dorpje Groenendaal. We duiken meteen onder de weg door naar het bosgebied ten westen. Nog geen minuut later zegt Rob – and I kid you not: ‘Ik ruik herten!’ En nog geen seconde later vliegt een roedel grijze damherten voor ons over het pad. Muisstil kijken Niels en ik elkaar aan en wisselen veelbetekenende blikken. We hoopten op een oogst van één miezerig, schamel, mank hert en dan was deze ochtend al een succes geweest, maar deze mannen gaan voor het hoogst haalbare: de herten vliegen ons om de oren. Een stille ochtend, vier kerels in het zwart en 40 damherten; mission accomplished.

We kunnen omkeren. ‘Nee joh’, zegt Rob. ‘Dit is nog niets’, terwijl hij ons het verschil uitlegt tussen damherten en edelherten. Edelherten hebben van die grote geweien en dit is precies het seizoen dat ze hun gewei afgooien. Het kleinere merk herten dat we zojuist zagen voorbij stuiven is van het type damhert. Niels en ik kijken de ogen uit, maar wat ons het meest in het oog springt zijn de ogen op steeltjes van onze gidsen. Ze zijn echt enthousiast en gepassioneerd. ‘Het blijft steeds weer een avontuur’, zegt Rob. ‘Vorige keer nog stak er een albinozwijntje voor mijn neus over.’ Gert-Jan vult aan: ‘Er stond een keer een enorm edelhert achter een boom naar me te kijken. Opeens hoorde ik geruis boven me. Een luchtballon bleek mij en het hert gespot te hebben en hing vlak boven ons. Ik kon zo in de mand kijken, net als het hert.’ Deze kerels maken wat mee.

Ik probeer zelf ook de herten te ruiken, maar het lukt me niet. Ik besluit dat het de shoarma van gisteren moet zijn. Het kan echter ook de wind zijn. Het stormt gigantisch en overal liggen takjes op het pad waar we ons doorheen moeten worstelen. Dan opeens staat daar weer een gigantisch edelhert recht voor ons op het pad. Hooghartig kijkt hij hoe we op hem toe rennen en verdwijnt dan als bij toverslag tussen de bomen. Op een open heidevlakte zien we weer een roedel langs de bosrand trekken. Meteen staan Rob en Gert-Jan met hun verrekijkers in de aanslag. ‘Jammer dat we benedenwinds staan’, mompelen ze. Dit zijn pro’s.

Gert-Jan vertelt dat ze hier overal stroken in het landschap hebben vrijgemaakt zodat de reptielen sneller kunnen migreren. Niels en ik luisteren ademloos. Zo-even dachten we nog dat Bambi een edelhert was en nu staan we voor een heuse reptielensnelweg. Na een lus van een kilometer of negen keren we terug bij de auto. ‘Mooi’, denk ik, want ik moet al een tijdlang gruwelijk naar het toilet. Maar nee, de heren hebben nog een lus voor ons in petto door een oostelijk gelegen woud. Aangezien ik heb geïnitieerd, kan ik natuurlijk niet verstek laten gaan. Ik knijp de billen opeen en ren over de prachtige bospaden.

De begroeiing is hier totaal anders en de wind beukt ons vol in het gezicht. Een ware natuurbeleving en op sommige momenten waan ik me echt even op de Afrikaanse savanne, al ben ik daar nooit geweest. Mijn aandrang begint echter groteske proporties aan te nemen en ik kijk bijna scheel. Daar komt bij dat we hier enkel door dennenbossen rennen. Geen loofbomen, geen beschutting, geen (veeg)bladeren. Ik fluister naar Niels: ‘Heb jij iets van toiletpapier of tissues?’ Niels schudt zijn hoofd van niet. Ik houd het niet meer. ‘Mannen, gaan jullie even lekker wild kijken, ik moet even de bosjes in’, roep ik mijn kompanen toe. Dit heb ik niet eerder meegemaakt in mijn loopcarrière. Ik duik ergens tussen de bosbessen en doe mijn ding. Het lucht immens op. Ik kijk nu niet meer wild en kan weer gewoon wild kijken. Als een verlichte geest draaf ik terug naar de groep. Gert-Jan komt net met toiletpapier op me toerennen. Ik wuif het weg, waarna we de ronde afmaken.

We zien hier minder wild, maar dat zal het gevolg zijn van de bulderende wind. Elk weldenkend hert heeft nu beschutting gezocht. Eenmaal bij de auto bedanken we Rob en Gert-Jan uitgebreid voor dit wild(e) avontuur. Een boswandeling zal nooit meer hetzelfde zijn nu we denken in hertspotplekken, windrichtingen, de geur van hertjes en het feit dat Bambi geen edel hert is.

Voldaan stappen we in de auto en rijden terug naar huis. Onderweg stoot Niels me aan: ‘Zeg, droeg jij vanochtend geen sokken?’ Ik grijns: ‘Klopt’. Niels kijkt me even niet begijpend aan, maar rolt dan bijna uit de auto van het lachen en ik moet het stuur tijdelijk recht houden.

‘Ja, ik dacht safari-joggen is een natuurbelevenis, dat moet je eigenlijk op je blote voeten doen…’

PS Graag bedank ik bij deze mijn sponsor Smartwool voor de multifunctionele sportsokken. Waarvan akte.

Reactie Niels: Je zou het Safari-joggen ook Hertlopen kunnen noemen… Ik zie al een klassieker ontstaan: De van dam tot damhert loop

Meer informatie: www.safari-joggen.nl

Geen reactie's

Geef een reactie